Categorie archief: Folia Magazine

‘Mensen die ik bewonder, dat zijn mensen met een eigen mening’

Ook te lezen op: Jimjansen.net

Binnen de Universiteit van Amsterdam staat hoofdredacteur van Folia Magazine Jim Jansen bekend als enfant terrible. ‘Ik laat me niet imponeren door geld of macht.’ Maar om de tafel mogen zitten met de burgemeester, dat is toch ook wel weer stoer.

‘We worden ook wel de cowboys van de UvA genoemd.’ Samen met inmiddels goede vriend Paul van de Water, directeur en financieel brein achter Folia Magazine, bestiert hij sinds anderhalf jaar de redactie van het studentenblad. Bij zijn aantreden fuseerden het studententijdschrift Folia (UvA) en hogeschoolmagazine Havana (HvA) tot één Folia Magazine. Nooit zonder enige tegenstand, maar ‘het was vooruit of ten onder gaan, vonden wij.’

Jim Jansen (41) zit naar eigen zeggen nooit stil. ‘Ik ben best wel veel bezig.’ Na twee afgeronde studies (Jansen deed de Pabo en studeerde Orthopedagogiek) werd hij in ’99 hoofdredacteur van popmagazine LiveXS. Na een jaar ging dat vervelen. ‘Je schrijft toch alleen maar over muziek.’ Hij stapte over naar het hoofdredacteurschap van hogeschoolmagazine Havana, ruilde dit zeven jaar later in voor het hoofdredacteurschap van studentenblad Folia en doet dit inmiddels voor het vernieuwde Folia Magazine. Naast hoofdredacteur is hij voorzitter van de medezeggenschapsraad op de basisschool van zijn kinderen en  dagvoorzitter van zijn flippervereniging. Twee boeken schreef hij. Eén over zijn grote liefde voor de flipperkast: ‘No Balls No Glory‘ en met goede vriend Kees Hoogenveen schreef hij in 2009 ‘Het geheim van de Nederlandse Topcoach‘. ‘Ik doe best wel veel hè? Had ik dat al verteld?’, roept Jansen als hij de vergaderruimte van Folia uitkomt. ‘Maar laten we nu wel eerst even een broodje eten, want ik heb net drie uur zitten vergaderen.’ Op zijn bureau, dat het midden van de redactie vormt, wordt een aantal papieren neergegooid. Zijn bewegingen zijn snel, zijn passen groot. Ze hebben een bepaalde ongedurigheid in zich. Zijn stem is vrolijk, zijn zinnen vaak van de hak op de tak. ‘Jongens ik ben even een interview doen.’

Keuzes

Jij en Paul (van de Water) staan binnen de UvA als behoorlijk recalcitrant bekend.

‘Dat is zo. Wij gaan keihard overal tegen in. Mensen die ik bewonder, of mensen die ik leuk vind, dat zijn altijd mensen met een sterke eigen mening. Alles wordt tegenwoordig maar gladgestreken en duizend keer gefactcheckt. Dat gebeurt hier op de UvA ook. Alle seks is er uit. Wat naar buiten gebracht wordt daar moet een voorlichting of een persfiguur over heen en fouten worden nooit toegegeven. Dat stoort mij wel. Wat dat betreft passen Paul en ik ook goed bij elkaar. Het moet nooit saai worden.’

Dat je zoveel dingen doet, jezelf bezig houdt, is dat omdat je zelf bang bent dat het saai wordt?

‘Stel dat ik alleen Folia zou doen, dus sec het vak van hoofdredacteur, dan zou ik ongedurig worden. Als ik niet meer dan één of twee keer per week iets anders doe dan het hoofdredacteurschap word ik gek. Ik moet wel mijn uitlaatkleppen hebben. Bovendien moet je geïnspireerd blijven raken. Dus het is geen doel op zich, maar, nou ja, ik zou het gewoon minder leuk vinden. Ik maak ook wel veel keuzes hoor, in de dingen die ik doe. Wie veel wil doen moet ook veel dingen niet doen.’

Wat voor dingen zijn dat?

Toen ik studeerde waren er altijd mensen bij mij thuis. Ik at nooit alleen. Het was de pré-mobiele tijd, mijn huistelefoon stond altijd roodgloeiend. Mijn vrouw zei het laatst nog: ‘Altijd mensen, vrienden, vriendinnen, of we wat gingen doen.’ Dat gebeurt nu veel minder. Thuis vind ik het heerlijk om gewoon alleen te zijn. Ik nodig ook heel weinig mensen uit. Ik ben altijd onder de mensen, dus vind ik het thuis fijn om rust te hebben. Overal ben ik aan het sturen of nadenken, overal zit ik in een bepaalde rol. Thuis wil ik die rol los kunnen laten. Nu denk ik vaak: je kunt vijf goede vrienden hebben en twintig kennissen. Zo maak ik keuzes.’

Je goede vrienden zijn wel vaak via werk aan je gebonden.

Jansen lacht. ‘Ja dat klopt. Maar ik ben er ook van overtuigd dat als je echt intensief samenwerkt met mensen, het nooit alleen werk kan zijn. Dan moet er uiteindelijk wel een vriendschap ontstaan, ook al is het maar van tijdelijke aard. Je helpt elkaar, maakt elkaar beter. Daar zit altijd vriendschap tussen.’

Kinderen

‘Heb je zelf kinderen?’ Het moet even gecheckt worden. Want welk onderwerp je ook aansnijdt, de kinderen vormen een rode draad door zijn verhalen. Door zijn ambities, zijn visies zelfs, maar vooral bij de keuzes die hij maakt. Vijf en zeven zijn ze, Nena en Miquel. ‘De kinderen komen altijd op de eerste plaats.’ Kan er geen oppas gevonden worden? Dan gaan ze gewoon mee. ‘Dan zet ik ze gewoon in een hoek met wat speelgoed. Ik heb ze best streng opgevoed. Maar dat kan ook wel eens ontzettend mis gaan hoor.’ Jansen begint te glunderen. ‘Ik had laatst een afspraak bij het Parool met de hoofdredacteur en de chef van het magazine. Het was best een grote vergadering, maar het ging goed. Tot één van de twee ineens zegt: ‘Pap, wat leuk dat ik naast je zit’. Waarop de ander natuurlijk ook naast me wilde zitten. Ik had nog een stel chocoprinsen bij me dus ik dacht nu gaat het mis, ik geef ze zo’n chocoprins. Allebei die kinderen, inclusief tafel, volledig onder de chocolade. Dat kon eigenlijk echt niet.’

Hoe komt het dat de kinderen zo belangrijk voor je zijn?

‘Die kinderen zijn voor mij de motor van mijn functioneren. Ze zijn echt het allerbelangrijkste. Ze zijn kwetsbaar. Je hebt nog directe invloed op ze, op wie ze zijn. Zo’n Folia-nummer is leuk, maar daar wordt morgen wel de vis in verpakt. Kinderen moet je op zien te laten groeien in deze jungle, met alle impulsen die ze krijgen. Dat is best ingewikkeld. Wat geef je ze mee? Wat geef je ze niet mee? Wanneer laat je ze los? Wanneer laat je ze niet los? Misschien komt het door mijn opleiding, maar ik denk daar veel over na.’

Je zei net dat je ze best streng opvoedt?

‘Het zijn geen prinsesjes. Ik wil ze wel een beetje weerbaar maken. Ik wil ze heel graag een geweten bijbrengen. Dat ze weten: als ik iets doe, heeft dat consequenties voor iemand anders. Ik vind het belangrijk ze onafhankelijk te leren denken. Ik vind mezelf echt een onafhankelijk denker. Dat klinkt nu heel zwaar, maar wat ik bedoel is dat ik me niet door macht of door druk laat kennen. Ik vind bepaalde dingen, ongeacht wat wie daar over denkt. Ik kan onafhankelijk beslissingen nemen. En dat wil ik die kinderen ook bijbrengen. Dat ze geen allemansvrienden hoeven te zijn en dat ze beslissingen kunnen en mogen nemen die misschien niet iedereen leuk vindt. Ik heb net op de redactie gezegd dat ik het nummer dat we nu in behandeling hebben niet goed vind. Veel mensen voelen zich dan aangevallen, maar als baas moet je sowieso niet denken dat je buiten schot blijft. Natuurlijk roddelen ze over je en vinden ze je af en toe een eikel. Of vinden ze dat ik slechte beslissingen neem, maar dat hoort er bij. Als ik daar wakker van moet liggen.. Die Jansen die disfunctioneert en die zou ontslagen moeten worden. Nou ja, so be it. toch? Dat kan je vinden.’

Je trekt je eigen plan?

‘Ik ben niet asociaal. Ik betrek veel mensen bij mijn beslissingen en ik stel me kwetsbaar op. Maar uiteindelijk moeten we wel ergens naar toe, je moet een visie hebben. En dat probeer ik mijn kinderen dus ook bij te brengen.’

Je zoekt die confrontatie ook wel op, in de dingen doe je doet. Je wil de leiding geven.

‘Ja. Maar ook ongevraagd hoor. Die medezeggenschapsraad op de basisschool van mijn kinderen bijvoorbeeld. Ik wilde helemaal geen voorzitter zijn, maar dat word ik dan ongevraagd toch ineens. Omdat ik een visie had. Dan durf ik tegen de directeur van die school te zeggen, die in principe natuurlijk wel gewoon de baas is: jongens, dit is wel een heel groot probleem en hier moeten mensen fouten toegeven. Maar ik vind heel veel dingen ook wel gewoon heel leuk hoor, het is ook een beetje de aandacht die je krijgt. Vorig jaar stond ik in Carré, bij een onderwijsconferentie met Jet Bussemaker, die nu minister is. Ik deed de opening. Dan denk ik wel fuck, sta ik gewoon voor twaalfhonderd mensen in Carré in mijn nette pak. Dat is ook wel super stoer. Ja dat is het misschien ook wel. Als ik geen aandacht gehad had willen hebben dan was ik wel iets anders gaan doen. Ik heb ook wel die geldingsdrang.’

Broer

Met zijn broer Dolf Jansen, cabaretier en presentator van onder andere het radioprogramma Spijkers Met Koppen, heeft hij altijd een goede band gehad. ‘Ik was er vanaf het begin bij betrokken, bij die twee (red. cabaretduo Lebbis en Jansen). Dan verkocht ik de t-shirts in het theater.’ Toch denkt hij dat de carrière van zijn broer hem onbewust wel beïnvloed heeft. ‘Mijn broer ging natuurlijk op het toneel staan. Ik moet er niet aan denken om iedere avond op het toneel te staan, maar toen kwam ‘ie ineens ook op tv. Dat zal wel een soort invloed hebben gehad.’

Leg eens uit.

‘Ik heb nooit de behoefte gehad om cabaretier te worden. Alsjeblieft niet zeg. Maar op een gegeven moment werd ik ergens gevraagd om dagvoorzitter te zijn. Ik weet nog exact waar het is. Ze zeiden: volgens ons kan je dat wel, waarom zou je dat niet doen? Ik dacht dat ik een waardeloos voorzitter zou zijn, dat ze dat gewoon nog niet door hadden. Maar toen ben ik dat toch maar voor gaan zitten bereiden en heb ik het uiteindelijk met humor aangepakt. En toen werd ik ineens veel vaker gevraagd. Ik dacht fuck, dit vind ik leuk. En misschien kan ik dit ook wel een beetje, misschien kan ik hier zelfs wel geld voor vragen. Dan heb je ineens invloed op bepaalde processen en zit je met de burgemeester om de tafel. Nou, dat is toch wel een bijzonder man. Ik denk niet dat het feit dat Dolf op tv was daar een reden voor is geweest, maar ik denk wel dat het invloed heeft gehad. Ik heb hem van twee naar tweeduizend mensen in de zaal zien gaan. En dan merkte je dat zijn mening ineens de norm werd of heel belangrijk werd gevonden. Dan krijg je toch onbewust mee: als je zoiets doet, heb je een groter platform.’

Je zei net dat je niet gevoelig bent voor geld of macht, toch wel een beetje dus.

‘Voor Folia had ik een toekomstvisie. Om zo’n visie te verwezenlijken moet je mensen om je heen verzamelen die jouw ideeën omarmen en die je steunen. Dat is allemaal politiek. Maar is dat dan geldingsdrang? Of is dat visie? Ik weet het niet. Als je een goed idee hebt, wil je dat mensen het zien. Wil je het er doorheen krijgen. Je wil het verwezenlijken. Dat boek bijvoorbeeld, dat ik geschreven heb. Het leek me een leuk onderwerp en ik had er een mooi idee over. Het zou geen bestseller worden, maar ik vond het wel een mooi product. Dus ben ik het gewoon gaan schrijven. Ja het is uiteindelijk toch wel een beetje geldingsdrang denk ik. Al vind ik dat een vervelend woord.’

Doet het je wat als mensen je ideeën niets vinden?

‘Nee, eigenlijk niet. Het enige waar ik echt van van slag kan raken is als er iets met de kinderen is.’

Het enige?

‘In het functioneren dan hè. We moesten een tijd geleden bezuinigen bij Folia. Dan moeten er dus mensen weg, en dat is niet leuk. Ik vond dat ook echt heel vervelend om te moeten doen, mensen wegsturen. Maar ik dacht wel, dit is mijn werk. Ik lag er niet wakker van. Die kinderen, die kun je nog onomkeerbaar verpesten. Daar kan ik wel wakker van liggen, als daar wat mee is.’

Advertenties
Advertenties